Rekentools voor sport
Elf rekentools voor sport en training. Waar een uitkomst een brede marge heeft, staat die marge in het antwoord — en waar een grenswaarde niet betrouwbaar is, staat er geen.
Twee keer wint de wind het van de training
In dit land bepaalt de wind meer van je sportprestatie dan de meeste tools erkennen. Twintig kilometer per uur fietsen kost bij windstil weer ongeveer 100 watt; tegen twintig kilometer wind in wordt dat 310 watt — ruim drie keer zo zwaar bij hetzelfde tempo.
En rugwind compenseert dat niet: het verband is kwadratisch, dus de winst op de terugweg is kleiner dan het verlies op de heenweg — en hij duurt korter omdat je sneller gaat. Een rondje heen en terug is netto zwaarder dan bij windstil weer.
Bij hardlopen is wind de enige factor die je aan je horloge niet ziet: dezelfde hartslag geeft een langzamer tempo, en dat leest als een slechte dag.
Drie plekken waar dit hoort af te wijken van de standaard
Zones erven hun onzekerheid. Zone 2 op 129–141 wordt 122–149 zodra je meeneemt dat je maximum elf slagen kan afwijken. De marge staat hier apart, in plaats van weggelaten te worden.
Bij trainingsbelasting staat bewust geen grenswaarde. De vaste grenzen die circuleren zijn bekritiseerd; wat de verhouding wél doet is een sprong zichtbaar maken.
Stappentellers meten in Nederland het verkeerde. Twintig minuten heen en terug fietsen is misschien twaalf kilometer — lopend ruim vijftienduizend stappen — en de teller registreert er vrijwel niets van.
Hartslag en conditie
Drie berekeningen die allemaal aan hetzelfde onzekere getal hangen: je maximale hartslag.
Karvonen en percentages naast elkaar, met de marge die een geschat maximum meebrengt.
zone 129–141 wordt 122–149de praattest kost niets VO2maxCooper-test of hartslagmethode, met het verschil tussen meten en afleiden.
Cooper meet tenminste ietsper kilo: afvallen verhoogt het TrainingsbelastingZwaarte maal duur, en de sprong ten opzichte van je eerdere weken.
bewust zonder grenswaardeéén uitschieter vraagt meer herstelHardlopen
Twee tools waarbij een klein verschil over afstand groot wordt.
Tempo, snelheid en tussentijden, met wat tien seconden per kilometer werkelijk doet.
10 sec/km = 7:02 op de marathonhard starten kost meer dan het geeft WedstrijdtijdRiegel met instelbare exponent, want de standaard gaat uit van training die je misschien niet doet.
1,06 vs 1,15: 31 minutende marathon heeft een eigen mechanismeFietsen en zwemmen
Twee sporten waar de weerstand met het kwadraat groeit — en dat verandert alles.
Met tegenwind en houding, de twee factoren die in Nederland domineren.
100 W windstil, 310 W tegen 20houding doet meer dan materiaal ZwemtempoPer honderd meter en per baan, met het verschil tussen een bad van 25 en 50 meter.
elke muur geeft gratis snelheidwater is 800× dichter dan luchtKracht, energie en vocht
Vier berekeningen met elk een aanname die je moet kennen.
Epley en Brzycki naast elkaar, met de plek waar ze elkaar kruisen.
gelijk bij 10, 11 kg uiteen bij 15boven 10 meet je iets anders Verbrande CalorieënBruto én netto, want een deel had je toch al verbruikt.
wandelen: 36 % was rustverbruikmarge van tientallen procenten ZweetverliesUit gewichtsverandering, met de reden waarom alles terugdrinken niet het doel is.
tot 2 % is normaalzwaarder terugkomen = te veel gedronken StappenNaar kilometers, plus wat je stappenteller in een fietsland structureel mist.
12 km fietsen = 0 stappende 10.000 komen uit een productnaamWat deze categorie niet doet
- Geen trainingsschema's en geen adviezen over opbouw.
- Geen grenswaarde bij de trainingsbelasting, omdat de onderbouwing daarvan is bekritiseerd.
- Geen beoordeling of een maximale inspanning voor jou verstandig is — dat geldt zowel voor de Cooper-test als voor het meten van je maximale hartslag.
- Geen voedingsadvies. De calorieënpagina rekent verbruik, geen doel.
- Geen precisie waar die er niet is. Bij zones, VO2max en energieverbruik staat de marge in het antwoord.