kopeninnederlandRekentools
Lichaamsmaten

Aangepast gewicht — vetweefsel telt maar voor veertig procent mee, en dat is een keuze

Bij sommige berekeningen werkt het echte gewicht niet en het ideale gewicht evenmin. Dan wordt er een tussenwaarde gebruikt die veertig procent van het extra gewicht meetelt. Die veertig procent is een praktische afspraak die goed bleek te werken — geen gemeten eigenschap van vetweefsel.

Bijgewerkt op 1 september 2026 Factor 0,4 No se envía ningún dato

Deze pagina berekent een gewicht, geen dosering. Welk gewicht bij welk middel hoort, staat in het protocol: sommige middelen gaan op echt gewicht, andere op ideaal gewicht, en weer andere op deze tussenwaarde. Dat is per middel bepaald en niet iets om zelf te kiezen.

Je gegevens

De amputatiecorrectie is optioneel en werkt los van de rest.

kg
cm

Waarom er een tussenwaarde bestaat

Aangepast gewicht = ideaal gewicht + 0,4 × (echt gewicht − ideaal gewicht)

Sommige stoffen verdelen zich vooral over waterrijk weefsel en nauwelijks over vet. Doseren op het echte gewicht geeft dan te veel, want een deel van dat gewicht doet niet mee.

Doseren op het ideale gewicht slaat door naar de andere kant. Vetweefsel is niet inert: het bevat vocht, het is doorbloed, en het draagt wel degelijk iets bij. Wie het volledig wegdenkt, geeft te weinig.

De tussenwaarde lost dat op door van het gewicht bóven het ideale gewicht veertig procent mee te tellen. Dat percentage is niet gemeten aan vetweefsel; het is gekozen omdat het in de praktijk goed uitkwam en het is blijven staan.

Het is dus een werkbare afspraak, geen natuurconstante. Voor sommige toepassingen circuleren andere factoren.

Drie gewichten, drie toepassingen

GewichtWanneer
Echt gewichtStoffen die zich ook over vetweefsel verdelen
Ideaal gewichtStoffen die dat vrijwel niet doen
Aangepast gewichtDe tussengevallen, en veel voedingsberekeningen

Welke van de drie geldt, hoort bij het middel of de berekening en niet bij de persoon. Dat is het punt dat het vaakst misgaat: mensen kiezen een gewicht dat hun redelijk lijkt, terwijl de keuze al vastligt.

Buiten de farmacologie komt deze tussenwaarde ook voor bij voedingsberekeningen, waaronder de eiwitbehoefte. Rekenen met het echte gewicht levert daar bij een fors gewicht een hoeveelheid op die niet klopt met wat er nodig is.

Nog te controleren bij de volgende herziening: welke factor in Nederlandse protocollen gangbaar is en voor welke toepassingen.

De correctie na amputatie

Dit is een aparte berekening met een ander doel. Na een amputatie is het gemeten gewicht lager, terwijl de persoon dezelfde bouw houdt. Een BMI of een doseringsberekening op dat lagere gewicht klopt dan niet.

De correctie werkt via het aandeel dat elk lichaamsdeel normaal gesproken van het totale gewicht uitmaakt: een heel been ongeveer een zesde, een hele arm ongeveer een twintigste, een hand nog geen procent.

Door het gemeten gewicht te delen door het overgebleven aandeel ontstaat het gewicht dat de persoon met dezelfde bouw zou hebben gehad. Dat getal gaat vervolgens de andere berekeningen in.

De percentages zijn gemiddelden uit anatomische reeksen. Ze zijn goed genoeg om de grove fout te herstellen, en niet nauwkeurig genoeg om als exacte waarde te gelden.

Wat deze rekentool niet doet

Veelgestelde vragen

Waarom telt vetweefsel maar voor veertig procent mee?

Omdat de twee alternatieven allebei doorslaan. Doseren op het echte gewicht geeft te veel, want een deel van dat gewicht doet niet mee. Doseren op het ideale gewicht geeft te weinig, want vetweefsel bevat vocht en is doorbloed. De veertig procent is een praktische middenweg die goed bleek uit te komen, geen gemeten eigenschap.

Welk gewicht moet ik gebruiken?

Dat hangt van de berekening af, niet van jou. Sommige middelen gaan op echt gewicht, andere op ideaal gewicht en weer andere op de tussenwaarde, en dat ligt per middel vast. De fout die het vaakst gemaakt wordt is een gewicht kiezen dat redelijk lijkt, terwijl de keuze al bepaald is.

Waarvoor wordt dit buiten medicijnen gebruikt?

Onder meer voor voedingsberekeningen, waaronder de eiwitbehoefte. Rekenen met het echte gewicht levert bij een fors gewicht een hoeveelheid op die niet overeenkomt met wat er nodig is, omdat de behoefte meeschaalt met stofwisselend weefsel en niet met vetmassa.

Hoe werkt de correctie na een amputatie?

Elk lichaamsdeel maakt normaal gesproken een bekend aandeel van het totale gewicht uit: een heel been ongeveer een zesde, een hele arm ongeveer een twintigste. Door het gemeten gewicht te delen door het overgebleven aandeel ontstaat het gewicht dat bij dezelfde bouw zou horen, en dat getal gaat de andere berekeningen in.

Wanneer maakt dit verschil uit?

Alleen bij een groot verschil tussen het echte en het ideale gewicht. Ligt iemand daar dicht bij, dan komen alle drie de waarden bij elkaar uit en maakt de keuze niets uit. De correctie is er juist voor de gevallen waarin het verschil groot genoeg is om de uitkomst te verschuiven.

Hiernaast lezen

Het ideale gewicht waar deze berekening op leunt, komt uit vier formules die onderling verschillen.

Bron en methode

Aangepast gewicht
Ideaal gewicht plus 0,4 maal het verschil tussen echt en ideaal gewicht
Ideaal gewicht
Berekend volgens Devine: 50 kg bij mannen en 45,5 kg bij vrouwen op 152,4 cm, plus 2,3 kg per inch
De factor 0,4
Praktische afspraak, niet gemeten aan vetweefsel; voor sommige toepassingen circuleren andere waarden
Amputatiecorrectie
Gemeten gewicht gedeeld door het resterende aandeel van de lichaamsmassa
Segmentaandelen
Gemiddelden uit anatomische reeksen; heel been circa 16 %, hele arm circa 5 %
Beperkingen
Bepaalt geen dosering; welk gewicht geldt hoort bij het middel of de berekening
Gepubliceerd
1 september 2026
Última revisión
1 september 2026
Próxima revisión
februari 2027

Esta herramienta no emite diagnósticos y no sustituye la valoración de un profesional sanitario. Consulta el aviso médico.