gezondheidstoolsGratis · zonder account
Hart en bloedvaten

Duizelig bij opstaan — de klacht zegt meer dan de meting

Bij orthostatische hypotensie zakt de bloeddruk als je gaat staan. Het opvallende is wat er het zwaarst weegt: de klachten bij opstaan hangen sterker samen met vallen dan de gemeten daling zelf — en die daling kan er ook zijn zónder klachten.

Bijgewerkt op 1 september 2026 Daling: ≥20/10 mmHg in 3 min Geen gegevens verstuurd

Verander nooit zelf iets aan je medicatie. Bloeddrukmedicatie is hier zowel een mogelijke oorzaak als een mogelijke oplossing, en bij 65-plussers noemt de richtlijn dat uitdrukkelijk maatwerk. Wat je wél kunt doen is het patroon beschrijven bij je huisarts.

Je situatie

De uitkomst beschrijft het patroon en wat er gebruikelijk gebeurt.

jaar

Houd Ctrl ingedrukt om er meerdere te kiezen.

Wat er gebeurt bij opstaan

Kom je overeind, dan zakt het bloed door de zwaartekracht naar buik en benen. Het hart vult zich minder goed, en de bloeddruk daalt. Normaal grijpt het lichaam meteen in: de bloedvaten vernauwen en het hart klopt sneller, waardoor de druk zich herstelt voordat je er iets van merkt.

Bij orthostatische hypotensie werkt die regeling niet goed genoeg. Formeel gaat het om een daling van minstens 20 mmHg bovendruk en/of 10 mmHg onderdruk binnen drie minuten na opstaan.

Het komt veel voor: bij meer dan 30 procent van de mensen boven de 75 jaar. Maar ook bij jonge, slanke mensen tussen 15 en 20 jaar is het gewoon — en daar meestal onschuldig.

Waarom de klacht zwaarder weegt dan het getal

Dit is het punt waarop de richtlijn verrassend stelling neemt: de aanwezigheid van klachten bij opstaan hangt sterker samen met functionele beperkingen, valincidenten en flauwvallen dan de gemeten bloeddrukdaling.

En het omgekeerde geldt ook: oudere patiënten kunnen een duidelijke daling hebben zonder typische klachten. Een meting die «meevalt» sluit het probleem dus niet uit, en een meting die afwijkt is op zichzelf nog geen ziektebeeld.

Praktisch betekent dat: beschrijf het patroon — wanneer, hoe vaak, en of je bijna viel — in plaats van alleen te vragen om een meting. Het meten gebeurt daarna: minimaal vijf minuten liggen, meten, direct na opstaan opnieuw, en na drie minuten nog eens.

Medicatie: oorzaak en oplossing tegelijk

Er is veel medicatie die bloeddrukdaling bij opstaan als bijwerking geeft — bloeddrukverlagers en plastabletten, maar ook middelen tegen depressie of psychose, parkinsonmedicatie en rustgevende middelen. Het goede nieuws staat er meteen achter: afbouwen of stoppen van die medicatie kan de klachten verbeteren en het valrisico verlagen.

Maar er zit een paradox in, en die is de reden dat je hier niets zelf moet doen: een hoge bloeddruk kan zelf voor meer daling bij het opstaan zorgen, terwijl een te lage bloeddruk door (over)behandeling juist orthostatische hypotensie veroorzaakt. Vandaar de conclusie van de richtlijn: bloeddrukbehandeling bij 65-plussers is maatwerk.

Andere oorzaken die meewegen: hartfalen en ritmestoornissen, bloedarmoede, diabetes met autonome zenuwschade, de ziekte van Parkinson en verwante aandoeningen, langdurige bedrust, weinig eten en drinken, warmte en zware inspanning.

Wat werkt — en hoe zeker weten we dat?

Eerlijk gezegd: minder zeker dan je zou hopen. Voor medicamenteuze behandeling is de overall bewijskracht zeer laag, en voor de uitkomstmaat die er het meest toe doet — valrisico — werd geen bewijs gevonden. Ook voor niet-medicamenteuze maatregelen als compressietherapie en slaaphouding is de bewijskracht zeer laag, en naar oefeningen bij ouderen is helemaal geen gerandomiseerd onderzoek gedaan.

Een ziekenhuisfolder verwoordt de bescheiden verwachting bij bloeddrukverhogende middelen zo: het zijn geen wondermiddelen — ze maken de daling minder diep, maar de neiging tot dalen blijft.

Dat pleit niet tegen proberen, maar wel voor nuchterheid: de grootste winst zit vaak niet in iets toevoegen, maar in kijken naar wat er al geslikt wordt.

Wat je zelf kunt doen

Over zout spreken de adviezen elkaar schijnbaar tegen, en dat verdient uitleg. Folders bij orthostatische hypotensie noemen voldoende zout — maar zetten er meteen bij: dat mag slechts beperkt bij een hoge bloeddruk of hartproblemen, en alleen in overleg met je arts. Algemeen geldt juist dat Nederlanders te veel zout binnenkrijgen; zie zoutinname. Dit is dus een individuele medische afweging, geen algemeen advies.

Speelt het vooral na de maaltijd, dan kan het om postprandiale hypotensie gaan: een extra daling binnen twee uur na het eten. Zie ook draaiduizeligheid — een heel ander patroon met een andere aanpak.

Veelgestelde vragen

Wanneer heet het orthostatische hypotensie?

Bij een daling van minstens 20 mmHg bovendruk en/of 10 mmHg onderdruk binnen drie minuten na het opstaan. Gemeten wordt na minimaal vijf minuten liggen, direct na het opstaan en nog eens na drie minuten.

Is de meting doorslaggevend?

Niet helemaal. De richtlijn stelt dat de aanwezigheid van klachten bij opstaan sterker samenhangt met functionele beperkingen, valincidenten en flauwvallen dan de gemeten bloeddrukdaling. Ouderen kunnen bovendien een daling hebben zonder typische klachten.

Kan het door mijn medicijnen komen?

Dat kan zeker: veel medicatie geeft bloeddrukdaling bij opstaan als bijwerking, waaronder bloeddrukverlagers, plastabletten, middelen tegen depressie of psychose en parkinsonmedicatie. Afbouwen of stoppen kan de klachten verbeteren en het valrisico verlagen — maar dat is iets voor je arts, niet om zelf te doen.

Waarom is bloeddrukbehandeling hier ingewikkeld?

Omdat het twee kanten op werkt: een hoge bloeddruk kan zelf meer daling bij opstaan geven, terwijl een te lage bloeddruk door overbehandeling juist orthostatische hypotensie veroorzaakt. De richtlijn noemt bloeddrukbehandeling bij 65-plussers daarom maatwerk.

Helpt extra zout?

Folders bij orthostatische hypotensie noemen voldoende drinken en voldoende zout, maar met de uitdrukkelijke kanttekening dat dit slechts beperkt mag bij een hoge bloeddruk of hartproblemen en alleen in overleg met de arts. Algemeen geldt juist dat Nederlanders te veel zout binnenkrijgen, dus dit is een individuele afweging.

Hiernaast lezen

Duizeligheid, vallen en botsterkte hangen samen; deze drie pagina's dekken de keten.

Bron en methode

Definitie
Daling van ≥20 mmHg systolisch en/of ≥10 mmHg diastolisch binnen drie minuten
Meten
Vijf minuten liggen, meten, direct na opstaan en na drie minuten
Weegfactor
Klachten hangen sterker samen met vallen dan de gemeten daling
Medicatie
Vaak oorzaak; afbouwen kan klachten en valrisico verminderen
Bewijs
Zeer laag voor medicamenteuze én niet-medicamenteuze behandeling
Voorkomen
Bij meer dan 30% van de mensen boven de 75 jaar
Gepubliceerd
1 september 2026
Laatste herziening
1 september 2026
Volgende herziening
februari 2027

Deze rekentool stelt geen diagnose en vervangt niet het oordeel van een zorgverlener. Lees de medische disclaimer.