Botontkalking — de richtlijn heet niet osteoporose maar fractuurpreventie
De naam van de richtlijn verklapt het uitgangspunt: het gaat niet om een lage botdichtheid maar om het voorkomen van botbreuken. Daarom wordt een meting zonder aanleiding juist afgeraden — en is een breuk na je vijftigste wél een reden voor onderzoek.
Deze pagina noemt geen medicijnen en geen T-scores als zelftest. Wat ze wel doet is uitleggen wanneer onderzoek zinvol is — want juist daar gaat het in Nederland vaak mis: er is volgens het Zorginstituut sprake van onderdiagnostiek.
Je situatie
De uitkomst beschrijft of onderzoek aan de orde is, geen diagnose.
Houd Ctrl ingedrukt om er meerdere te kiezen.
Houd Ctrl ingedrukt om er meerdere te kiezen.
Uitkomst
—
| Onderdeel | Waarvoor |
|---|
De berekening gebeurt in je browser. Geen van deze waarden wordt verstuurd of opgeslagen.
Waarom niet iedereen gemeten wordt
Een botdichtheidsmeting klinkt als iets dat je gewoon even moet laten doen. De richtlijn denkt daar anders over: algehele screening op osteoporose wordt afgeraden, omdat de voorspellende waarde van willekeurig ingezette metingen daarvoor te klein is.
De achtergrond is ongemakkelijk maar leerzaam: er bestaat slechts een matig verband tussen de mate van botontkalking op de meting en het uiteindelijke risico op een breuk — onder meer omdat de kwaliteit van het bot er niet mee te beoordelen is. Door eerst mensen te selecteren op risicofactoren wordt de voorafkans groter, en wordt die zwakke test alsnog bruikbaar.
Vandaar de volgorde die de hele pagina draagt: eerst het fractuurrisico, dan pas de meting. En daarom heet de standaard ook Fractuurpreventie en niet «osteoporose» — het doel is het voorkomen van botbreuken, niet het opsporen van een lage botdichtheid.
Een breuk is zelf het signaal
Wie na zijn vijftigste iets breekt, heeft daarmee de belangrijkste risicofactor al aangetoond. Na iedere fractuur is de kans op een nieuwe ongeveer twee keer zo groot, en na een wervelfractuur is de kans op een volgende wervelfractuur zelfs ongeveer vier keer zo groot.
Daarom luidt de aanbeveling om iedereen van 50 jaar of ouder met een recente fractuur — korter dan twee jaar geleden — te verwijzen naar een fractuurpreventieteam, ook wel Fracture Liaison Service of osteoporosepoli genoemd.
| Situatie | Termijn voor onderzoek |
|---|---|
| Symptomatische wervelfractuur | Bij voorkeur binnen 6 weken, in elk geval binnen 3 maanden |
| Andere recente fractuur | Zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 1 jaar |
Niet elke breuk telt mee. Buiten beschouwing blijven fracturen van aangezicht, schedel, vingers, tenen en de nekwervels, pathologische fracturen, en breuken na een ernstig ongeval zoals een val van grote hoogte — die zeggen iets over het ongeval, niet over het bot.
Wat er dan onderzocht wordt
Bij een verhoogd fractuurrisico bestaat het onderzoek uit meer dan één meting:
- DXA — de botdichtheidsmeting.
- VFA — een beoordeling die wervelfracturen opspoort, ook wervelfracturen waar je nooit iets van hebt gemerkt.
- Laboratoriumonderzoek, om andere oorzaken van botverlies op te sporen.
- Een valrisico-evaluatie — want een bot breekt pas als je valt.
Op basis van die uitslagen wordt samen met de patiënt besloten of er met medicatie wordt gestart. Na vijf jaar volgt een evaluatie met een nieuwe DXA-VFA, en op grond daarvan het vervolgbeleid.
Dat de valrisico-evaluatie erbij hoort, wordt vaak vergeten. Botsterkte en valkans zijn twee losse knoppen, en aan de tweede valt vaak meer te draaien dan aan de eerste.
Wervelfracturen die niemand opmerkt
Wervelfracturen kunnen symptomatisch én asymptomatisch zijn: je kunt er een hebben zonder het te weten. De aanwijzingen zijn daarom indirect en alledaags:
- Rugpijn, vooral als die acuut opkomt;
- lengtevermindering — kleiner worden dan je was;
- postuurverandering, een toenemend voorovergebogen houding.
Wordt bij iemand van vijftig jaar of ouder met acute rugpijn op beeldvorming een nieuwe wervelfractuur gezien, dan komt die persoon bijna altijd in aanmerking voor behandeling — waarbij de keuze afhangt van de botdichtheid en de hoogte van het fractuurrisico.
Waar het in de praktijk misgaat
Niet in overbehandeling, maar in het tegenovergestelde. Onderzoek van het Zorginstituut constateerde onderdiagnostiek: er krijgen te weinig mensen een botdichtheidsmeting. Het systematisch opsporen van fractuurpatiënten van vijftig jaar en ouder is juist daarom een expliciete aanbeveling.
Twee groepen lopen daarbij extra risico: mensen die langdurig glucocorticoïden gebruiken, zoals prednison — waarbij het risico afhangt van leeftijd, duur en dosering — en mensen die vaak vallen.
De inzet is niet abstract: van de osteoporotische breuken gaat de heupfractuur gepaard met de grootste ziektelast en sterfte. Zie ook draaiduizeligheid — een oorzaak van vallen die goed te behandelen is.
Veelgestelde vragen
Moet ik gewoon een botdichtheidsmeting laten doen?
Niet zonder aanleiding. Algehele screening op osteoporose wordt afgeraden omdat de voorspellende waarde van willekeurig ingezette metingen te klein is. Uitgangspunt is het fractuurrisico: eerst wordt gekeken naar risicofactoren, en pas daarna volgt zo nodig de meting.
Waarom is een botbreuk zelf zo belangrijk?
Omdat het risico op een volgende breuk na iedere fractuur ongeveer twee keer zo groot is, en na een wervelfractuur zelfs ongeveer vier keer zo groot voor een nieuwe wervelfractuur. Daarom wordt aanbevolen iedereen van vijftig jaar of ouder met een fractuur van minder dan twee jaar geleden te verwijzen naar een fractuurpreventieteam.
Tellen alle botbreuken mee?
Nee. Fracturen van aangezicht, schedel, vingers, tenen en de nekwervels tellen niet mee, evenmin als pathologische fracturen en breuken na een ernstig ongeval zoals een val van grote hoogte. Die zeggen iets over het ongeval en niet over de botsterkte.
Wat houdt het onderzoek in?
Een botdichtheidsmeting (DXA) samen met een beoordeling op wervelfracturen (VFA), aangevuld met laboratoriumonderzoek en een valrisico-evaluatie. Op basis daarvan wordt samen met de patiënt besloten over medicatie, met na vijf jaar een nieuwe evaluatie.
Hoe merk je een wervelfractuur?
Vaak niet: wervelfracturen kunnen symptomatisch en asymptomatisch zijn. Aanwijzingen zijn rugpijn, kleiner worden en een toenemend voorovergebogen houding. Wordt bij iemand van vijftig jaar of ouder met acute rugpijn een nieuwe wervelfractuur gezien, dan komt die bijna altijd in aanmerking voor behandeling.
Hiernaast lezen
Vallen en botsterkte zijn twee losse factoren; duizeligheid hoort bij de eerste.
Bron en methode
- Doel
- Voorkomen van botbreuken, niet het opsporen van lage botdichtheid
- Screening
- Algehele screening afgeraden; eerst risicofactoren, dan meten
- Signaal
- Fractuur na het vijftigste jaar; herhaalrisico ongeveer tweemaal
- Verwijzing
- Bij een recente fractuur naar een fractuurpreventieteam
- Onderzoek
- DXA plus VFA, laboratorium en valrisico-evaluatie
- Evaluatie
- Na vijf jaar opnieuw DXA-VFA
- Gepubliceerd
- 1 september 2026
- Laatste herziening
- 1 september 2026
- Volgende herziening
- februari 2027
Deze rekentool stelt geen diagnose en vervangt niet het oordeel van een zorgverlener. Lees de medische disclaimer.