Zwangerschapsverlof — er wordt geteld vanaf de dag ná je uitgerekende datum
Het rekenen begint niet op je uitgerekende datum maar op de dag erná: vanaf dat punt tel je zes weken terug voor de vroegste start, en vier weken voor de laatste. Die ene dag verdwijnt in bijna elke uitleg, en verschuift je startdatum.
De uitgerekende datum is een schatting, geen afspraak. Daarom rekent deze pagina twee dingen door: de planning op basis van die datum, en wat er verandert zodra de werkelijke geboortedatum bekend is.
Je data
De geboortedatum laat je leeg zolang die er nog niet is.
Uitkomst
—
| Periode | Van | Tot en met |
|---|
De berekening gebeurt in je browser. Geen van deze waarden wordt verstuurd of opgeslagen.
Die ene dag
De officiële formulering is preciezer dan de meeste uitleg: je berekent het begin van je verlof door vanaf de dag ná je uitgerekende bevallingsdatum zes weken terug te tellen. En je moet uiterlijk vier weken voor die dag erna met zwangerschapsverlof.
Wie vanaf de uitgerekende datum zelf telt, komt dus één dag te vroeg uit. Dat lijkt klein, maar het is precies het soort detail waar een werkgever of het UWV wél mee rekent.
Twee verloven, één totaal
| Wanneer | Hoe lang | |
|---|---|---|
| Zwangerschapsverlof | Vóór de bevalling, tot en met de dag van de bevalling | Recht op 6 weken; je kiest 6, 5 of 4 |
| Bevallingsverlof | Begint de dag ná de bevalling | Minimaal 10 weken |
| Samen | Minimaal 16 weken |
De twee schuiven in elkaar: wat je minder dan zes weken vooraf opneemt, tel je op bij je bevallingsverlof. Stop je vier weken vooraf, dan wordt je bevallingsverlof twaalf weken in plaats van tien. Dat is de bekende 10/11/12-regel — het totaal blijft zestien weken.
Doorwerken tot vlak voor de bevalling kan dus niet worden «gespaard» als extra weken achteraf: vier weken vooraf is de absolute grens.
Wat er gebeurt als de baby later komt
Hier zit het gunstigste stukje van de regeling, en het wordt vaak verkeerd verwacht. Bevalt je baby na de uitgerekende datum, dan tel je de dagen ertussen op bij de zestien weken. Je bevallingsverlof blijft even lang; alleen het totaal wordt groter.
Het voorbeeld uit de officiële uitleg: je stopt zes weken voor de dag na de uitgerekende datum, en je baby wordt twee weken later geboren. Dan heb je acht weken zwangerschapsverlof en tien weken bevallingsverlof — achttien weken in totaal.
Andersom werkt het beschermend: bevalt je kind eerder, dan schuiven de niet-opgenomen dagen door naar het bevallingsverlof, zodat je alsnog op zestien weken uitkomt.
De rekenregel erachter is kort: bevallingsverlof = zestien weken min je zwangerschapsverlof, maar nooit minder dan tien weken. Die ene zin reproduceert beide situaties.
Meerling en gespreid opnemen
Bij een tweeling of meerling gelden andere termijnen: het totaal is twintig weken, en het zwangerschapsverlof begint tien tot acht weken vóór de uitgerekende datum.
Het laatste deel van je bevallingsverlof hoeft niet aaneengesloten. Het deel dat overblijft na zes weken na de bevalling mag je gespreid opnemen over maximaal dertig weken. Dat vraag je binnen drie weken na de bevalling aan bij je werkgever, die binnen twee weken antwoordt.
De uitkering en het regelwerk
- Tijdens het verlof loopt er een WAZO-uitkering via het UWV, ter hoogte van je dagloon tot het maximumdagloon. In de praktijk betaalt de werkgever het salaris door en ontvangt die de uitkering.
- De werkgever vraagt de uitkering aan, vier tot twee weken vóór de ingangsdatum van het verlof.
- Heb je een WW-, ziektewet- of WGA-uitkering, dan gaat je verlof eveneens in tussen zes en vier weken voor de dag na je uitgerekende datum, en kies je zelf de startdag.
- Ben je zelfstandige, dan loopt het via de ZEZ-regeling, eveneens minimaal zestien weken.
Na het verlof loopt er nog een recht door dat weinig mensen kennen: kolven of voeden onder werktijd tot negen maanden na de bevalling, tot maximaal een kwart van de werkdag, en doorbetaald.
Zie ook uitgerekende datum en zwangerschapsduur.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke dag tel ik terug?
Vanaf de dag ná je uitgerekende bevallingsdatum. Zes weken terugtellen geeft de vroegste startdatum van je zwangerschapsverlof; vier weken terugtellen geeft de laatste. Wie vanaf de uitgerekende datum zelf telt, komt één dag te vroeg uit.
Hoe lang duurt het verlof in totaal?
Minimaal zestien weken: zwangerschapsverlof van vier tot zes weken vóór de bevalling, en bevallingsverlof van minimaal tien weken erna. Neem je minder dan zes weken vooraf op, dan telt het verschil op bij je bevallingsverlof — dat wordt dan elf of twaalf weken.
Wat als ik later beval dan de uitgerekende datum?
Dan tel je de dagen tussen de geboorte en de uitgerekende datum op bij de zestien weken. Je bevallingsverlof blijft even lang, het totaal wordt groter. Stop je zes weken vooraf en komt de baby twee weken te laat, dan heb je acht weken zwangerschapsverlof, tien weken bevallingsverlof en dus achttien weken in totaal.
En als ik eerder beval?
Dan schuiven de dagen die je niet vooraf hebt opgenomen door naar je bevallingsverlof, zodat je alsnog op zestien weken uitkomt. De rekenregel is: bevallingsverlof is zestien weken min je zwangerschapsverlof, maar nooit minder dan tien weken.
Gelden er andere regels bij een tweeling?
Ja. Bij een tweeling of meerling is het totaal twintig weken, en begint het zwangerschapsverlof tien tot acht weken vóór de uitgerekende datum.
Hiernaast lezen
De uitgerekende datum zelf bereken je op een eigen pagina; die datum is de invoer voor deze.
Bron en methode
- Startvenster
- Zes tot vier weken terug vanaf de dag ná de uitgerekende datum
- Zwangerschapsverlof
- Loopt tot en met de dag van de bevalling
- Bevallingsverlof
- Begint de dag ná de bevalling, minimaal tien weken
- Rekenregel
- Bevallingsverlof = 16 weken min zwangerschapsverlof, met een ondergrens van 10 weken
- Meerling
- Totaal twintig weken; start tien tot acht weken vooraf
- Bron
- Rijksoverheid en de beroepsinformatie van verloskundigen; de uitkering loopt via het UWV
- Gepubliceerd
- 1 september 2026
- Laatste herziening
- 1 september 2026
- Volgende herziening
- februari 2027
Deze rekentool stelt geen diagnose en vervangt niet het oordeel van een zorgverlener. Lees de medische disclaimer.