kopeninnederlandRekentools
Lichaamsmaten

Huidplooimeting — nauwkeuriger dan een meetlint, en alleen als je knijpt zoals de vorige keer

Deze methode meet de dikte van huidplooien met een tang en rekent dat om naar een vetpercentage. Ze is nauwkeuriger dan omtrekmaten en heeft één zwak punt dat alles bepaalt: de meting zelf. Wie niet elke keer op dezelfde plek en met dezelfde druk knijpt, meet zijn eigen techniek in plaats van zijn vetweefsel.

Bijgewerkt op 1 september 2026 Marge ±3 punt No se envía ningún dato

Meet altijd rechts, met de tang loodrecht op de plooi, en lees af na twee seconden. Neem per plek drie metingen en gebruik de middelste. Meet niet direct na sporten: de vochtverdeling in de huid is dan anders.

Je metingen

Alle plooien in millimeters. Vul de zeven in voor de uitgebreide methode, of alleen de eerste drie.

jaar
mm
mm
mm
mm
mm
mm
mm

Hoe de methode werkt

Een huidplooi bestaat uit huid met de vetlaag eronder. Door op vaste plekken de dikte te meten, ontstaat een beeld van hoeveel vet er onder de huid zit.

De formule doet dat in twee stappen. Eerst wordt uit de plooisom en de leeftijd de lichaamsdichtheid geschat. Daarna wordt die dichtheid omgerekend naar een percentage, met een vergelijking die uitgaat van vaste dichtheden voor vetweefsel en voor alles wat geen vet is.

Die tweede stap is een aanname. De dichtheid van vetvrije massa verschilt tussen mensen — botdichtheid en vochtgehalte spelen mee — en de omrekening houdt daar geen rekening mee.

De leeftijdsterm zit erin omdat vet met de jaren verschuift van onder de huid naar dieper in het lichaam. De plooien zien dat niet, dus corrigeert de formule ervoor.

De fout zit in de vinger, niet in de formule

De vergelijkingen hebben coëfficiënten tot zeven decimalen. Dat suggereert een precisie die de meting niet levert.

Twee mensen die dezelfde persoon meten, komen op verschillende plooidiktes uit. Dezelfde persoon die zichzelf twee keer meet, ook. De verschillen ontstaan bij het bepalen van de plek, hoeveel weefsel je vastpakt, en hoe lang je wacht voor je afleest — een plooi wordt platter zolang de tang erop staat.

Daarom gelden er vaste afspraken: altijd rechts, tang loodrecht op de plooi, aflezen na twee seconden, drie metingen per plek en de middelste gebruiken. Niet omdat dat de enige juiste manier is, maar omdat elke manier consequent moet zijn.

Waar deze methode goed in is: verandering volgen bij dezelfde meter. De systematische fout blijft dan gelijk en valt weg in het verschil. Metingen door verschillende mensen zijn niet zomaar vergelijkbaar.

Drie punten of zeven

De zevenpuntsmethode gebruikt meer plekken en verdeelt daarmee de meetfout over meer metingen. In de praktijk is het verschil met de driepuntsversie kleiner dan je zou denken.

De driepuntsmethode gebruikt andere plekken bij mannen dan bij vrouwen, en dat is geen willekeur: de plekken zijn gekozen waar de plooidikte het sterkst samenhangt met het totaal, en die verschillen per geslacht doordat de vetverdeling verschilt.

MethodePlekken
Drie punten, manBorst, buik, dij
Drie punten, vrouwTriceps, bekkenrand, dij
Zeven puntenDe bovenstaande plus schouderblad, oksel en de rest

Zeven metingen kosten meer tijd en geven meer gelegenheid om af te wijken van de vorige keer. Wie het niet routineus doet, is met drie goed uitgevoerde metingen vaak beter af dan met zeven haastige.

Nog te controleren bij de volgende herziening: welke methode in Nederland in sportbegeleiding en diëtetiek gangbaar is.

Wat deze rekentool niet doet

Veelgestelde vragen

Is dit nauwkeuriger dan meten met een meetlint?

Ja, als je goed meet. De marge is kleiner dan bij omtrekmaten, maar hij komt volledig op het conto van de meting: de formule is precies tot zeven decimalen en de vinger die knijpt is dat niet. Twee mensen die dezelfde persoon meten, komen op verschillende plooidiktes uit.

Waarom zit leeftijd in de formule?

Omdat vet met de jaren verschuift van onder de huid naar dieper in het lichaam. De huidplooien zien dat niet — de tang kan alleen pakken wat onder de huid ligt — dus corrigeert de formule ervoor. Bij dezelfde plooisom levert een hogere leeftijd daardoor een hoger percentage op.

Moet ik drie of zeven plooien meten?

Zeven verdeelt de meetfout over meer metingen, maar het verschil met drie is in de praktijk kleiner dan je zou denken. Zeven metingen kosten meer tijd en geven meer gelegenheid om af te wijken van de vorige keer. Wie het niet routineus doet, is met drie goed uitgevoerde metingen vaak beter af.

Waarom verschillen de plekken tussen mannen en vrouwen?

Omdat de plekken zijn gekozen waar de plooidikte het sterkst samenhangt met het totale vetpercentage, en dat verschilt per geslacht doordat de vetverdeling verschilt. Bij mannen zijn dat borst, buik en dij; bij vrouwen triceps, bekkenrand en dij.

Kan ik mijn metingen met die van iemand anders vergelijken?

Beter niet. De systematische fout verschilt per meter, dus twee mensen die dezelfde persoon meten komen op andere waarden uit. Waar deze methode wel goed in is, is verandering volgen bij dezelfde meter: dan blijft de fout gelijk en valt hij weg in het verschil tussen twee metingen.

Hiernaast lezen

De omtrekmethode heeft een bredere marge maar vraagt alleen een meetlint.

Bron en methode

Methode
Vergelijkingen van Jackson en Pollock voor de lichaamsdichtheid uit plooisom en leeftijd
Omrekening
Vergelijking van Siri: 495 gedeeld door de dichtheid, min 450
Drie punten, man
Borst, buik en dij
Drie punten, vrouw
Triceps, bekkenrand en dij
Meetafspraken
Rechts meten, tang loodrecht, aflezen na twee seconden, drie metingen per plek en de middelste gebruiken
Beperkingen
Vaste aangenomen dichtheden voor vet en vetvrije massa; meet geen dieper gelegen vet
Gepubliceerd
1 september 2026
Última revisión
1 september 2026
Próxima revisión
februari 2027

Esta herramienta no emite diagnósticos y no sustituye la valoración de un profesional sanitario. Consulta el aviso médico.