Je hartritme voelen — een onregelmatige pols is een vermoeden, geen diagnose
De huisartsenrichtlijn doet hier iets opvallends: ze raadt screening af — ook opportunistische screening, omdat gezondheidswinst niet overtuigend is aangetoond — en handhaaft tegelijk de aanbeveling om bij iedereen bij wie de bloeddruk wordt gemeten het ritme te beoordelen, ook zonder klachten.
Zelf voelen levert een vermoeden op, meer niet. Boezemfibrilleren mag pas zo heten als het is vastgelegd op een ECG. Deze pagina legt uit waar je op let en wat het verschil is met een onschuldige overslag — en stelt zelf niets vast.
Wat voel je
Voel de pols in rust, met twee vingers aan de binnenkant van de pols, minstens een halve minuut.
Houd Ctrl ingedrukt om er meerdere te kiezen.
Uitkomst
—
| Kenmerk | Wat het suggereert | Jij |
|---|
De berekening gebeurt in je browser. Geen van deze waarden wordt verstuurd of opgeslagen.
Screening nee, pols voelen ja
De huisartsenrichtlijn neemt hier een positie in die op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt. Systematische screening op boezemfibrilleren wordt niet aanbevolen, en ook bij opportunistische screening is gezondheidswinst niet overtuigend aangetoond.
Tegelijk blijft de aanbeveling staan om bij alle patiënten bij wie de bloeddruk wordt gemeten het hartritme te beoordelen — ook zonder klachten. En er is een aanbeveling bijgekomen: laagdrempelig de pols voelen bij oudere patiënten met vage klachten zoals malaise, vooral vanaf 75 jaar.
De logica erachter is dat het niet om een bevolkingsonderzoek gaat, maar om een handeling van enkele seconden bij mensen die er tóch al zitten — en dat juist bij ouderen met een hoog risico gezondheidswinst te verwachten is.
Waarom het ertoe doet: 25 tot 35 procent van de mensen met boezemfibrilleren is niet als zodanig bekend, en de aandoening kan volledig symptoomloos verlopen.
Overslag of fibrilleren
Dit is het onderscheid dat je zelf kunt maken, en het scheelt veel onnodige schrik.
- Een enkele overslag tussen een verder regelmatig ritme: «af en toe een overslag is geen probleem als je geen klachten ervaart».
- Boezemfibrilleren voelt anders: het ritme is onregelmatig, er zit geen vast patroon in die onregelmatigheid, en sommige slagen zijn zwakker dan andere.
De frequentie helpt ook. Bij boezemfibrilleren is de hartslag meestal te hoog — 100 tot 150 per minuut, ook in rust — al kan een traag ritme eveneens voorkomen.
Waarom die slagen in kracht verschillen: in de boezems ontstaan bij fibrilleren 300 tot 500 prikkels per minuut. De AV-knoop laat er maar een deel van door, onregelmatig verdeeld — en de pols die je voelt is het ritme van de kamers, niet van de boezems.
Waarom het ECG onmisbaar is
Een onregelmatige pols is een verdenking. De regel in de vakliteratuur is expliciet: je mag pas officieel van boezemfibrilleren spreken als het objectief is vastgelegd op een ECG. Bij verdenking wordt daarom zo snel mogelijk een rust-ECG gemaakt.
Dat geldt ook voor meldingen van een smartwatch of app: die kunnen aanleiding zijn om verder te kijken, maar vervangen de vastlegging niet. Komt het fibrilleren in aanvallen, dan is het op één rust-ECG mogelijk niet te zien en volgt langdurigere registratie.
Waarom eraan gerekend wordt
De belangrijkste complicatie van boezemfibrilleren is een TIA of beroerte. Doordat de boezems zich niet goed samentrekken staat het bloed er als het ware stil, vooral in een uitstulping van de linkerboezem, en kunnen kleine stolsels ontstaan. Van die embolieën komt ongeveer 70 procent in de hersenen terecht; de rest veroorzaakt afsluitingen elders.
Twee dingen zijn daarbij belangrijk om te weten:
- Het risico ontstaat wanneer het fibrilleren langer dan 48 uur bestaat.
- Ook wie het in aanvallen heeft, loopt een verhoogd risico — het is dus geen kwestie van «het gaat vanzelf over».
Boezemfibrilleren staat bovendien zelden op zichzelf: het is vaak een uiting van iets anders — hartfalen, hoge bloeddruk, coronaire hartziekte, diabetes. Ook slaapapneu, overgewicht en langdurig alcoholgebruik worden als risicofactoren genoemd. Zie slaapapneu en het rijbewijs en gemiddelde bloeddruk.
Veelgestelde vragen
Kan ik zelf vaststellen of ik boezemfibrilleren heb?
Nee. Aan de pols kun je een vermoeden krijgen, maar van boezemfibrilleren mag pas worden gesproken als het objectief is vastgelegd op een ECG. Bij verdenking wordt zo snel mogelijk een rust-ECG gemaakt.
Wat is het verschil met een overslaande hartslag?
Af en toe een overslag tussen een verder regelmatig ritme is geen probleem als je geen klachten ervaart. Bij boezemfibrilleren zit er geen vast patroon in de onregelmatigheid en zijn sommige slagen zwakker dan andere; de hartslag is meestal ook te hoog, 100 tot 150 per minuut in rust.
Waarom voelt de huisarts mijn pols bij een bloeddrukmeting?
Omdat de richtlijn dat aanbeveelt bij iedereen bij wie de bloeddruk wordt gemeten, ook zonder klachten. Systematische screening wordt juist niet aanbevolen — het gaat om een handeling van enkele seconden bij mensen die er toch al zijn.
Hoe vaak komt het voor zonder dat mensen het weten?
Uit onderzoek blijkt dat 25 tot 35 procent van de mensen met boezemfibrilleren niet als zodanig bekend is. De aandoening kan volledig symptoomloos verlopen. Bij mensen van 75 jaar en ouder ligt de prevalentie rond de 6 procent.
Waarom is het belangrijk om het te vinden?
Omdat de belangrijkste complicatie een TIA of beroerte is. Doordat de boezems niet goed samentrekken kunnen kleine stolsels ontstaan, waarvan ongeveer 70 procent in de hersenen terechtkomt. Het risico ontstaat wanneer het fibrilleren langer dan 48 uur bestaat, en ook aanvalsgewijs fibrilleren geeft een verhoogd risico.
Hiernaast lezen
De andere hartpagina's rekenen met getallen uit een meter; deze gaat over wat je vingers wel en niet kunnen vaststellen.
Bron en methode
- Wat je voelt
- Het ritme van de kamers, niet van de boezems
- Aanwijzing voor fibrilleren
- Onregelmatig zonder vast patroon, wisselende slagkracht, vaak 100–150 per minuut in rust
- Onschuldig
- Af en toe een overslag zonder klachten
- Diagnose
- Alleen met een ECG; bij aanvallen zo nodig langduriger registratie
- Richtlijn
- Ritme beoordelen bij elke bloeddrukmeting; laagdrempelig palperen bij vage klachten vanaf 75 jaar
- Niet bekend
- 25 tot 35% van de mensen met boezemfibrilleren weet het niet
- Gepubliceerd
- 1 september 2026
- Laatste herziening
- 1 september 2026
- Volgende herziening
- februari 2027
Deze rekentool stelt geen diagnose en vervangt niet het oordeel van een zorgverlener. Lees de medische disclaimer.