Enkel-armindex — met een gewone bloeddrukmeter komt hier geen bruikbaar getal uit
De enkel-armindex vergelijkt de bloeddruk bij je enkel met die bij je arm. De rekensom is een deling; de meting is het probleem. Bij de enkel hoort een dopplerapparaat, en een gewone bovenarmmeter om je kuit geeft daar geen betrouwbaar getal.
Deze meting hoort in de spreekkamer thuis. De enkeldruk wordt bepaald met een dopplerapparaat dat de bloedstroom hoorbaar maakt; een gewone automatische meter om de enkel vindt vaak niets of iets verkeerds. Deze pagina rekent uit wat je invult — de kwaliteit van dat getal komt van elders.
Je metingen
Systolische druk, dus alleen de bovenwaarde. Beide armen en beide enkels.
Uitkomst
—
| Been | Enkeldruk | Index | Categorie |
|---|
El cálculo se ha hecho en tu navegador. Ninguno de estos valores se ha enviado ni guardado.
Wat de index vergelijkt
Enkel-armindex = hoogste enkeldruk van dat been ÷ hoogste armdruk van beide armen
Bij gezonde vaten is de bloeddruk bij de enkel ongeveer gelijk aan of iets hoger dan die bij de arm. De index ligt dan rond de 1,0 of iets erboven.
Zit er een vernauwing in de slagaders naar het been, dan valt de druk stroomafwaarts terug en zakt de index. Dat is wat de meting zichtbaar maakt.
| Index | Interpretatie |
|---|---|
| Boven 1,40 | Vaten niet samendrukbaar; index onbruikbaar |
| 1,00 – 1,40 | Gebruikelijk bereik |
| 0,91 – 0,99 | Grensgebied |
| 0,90 of lager | Wijst op vernauwing; hoort bij de arts |
Nog te controleren bij de volgende herziening: de afkapwaarden zoals die in de Nederlandse huisartsenrichtlijn worden gehanteerd.
Waarom een hoge index geen goed nieuws is
Dit is het meest contra-intuïtieve deel van deze meting, en het wordt vaak verkeerd gelezen.
De bloeddrukmeting werkt doordat de manchet het vat dichtdrukt en je meet bij welke druk het weer opengaat. Vaten die door verkalking stijf zijn geworden, laten zich niet meer goed dichtdrukken.
Het gevolg: de meter geeft een kunstmatig hoge enkeldruk, en dus een hoge index. Dat betekent niet dat de doorbloeding uitstekend is — het betekent dat de meting niet meer werkt.
Boven ongeveer 1,40 is de index daarom niet te gebruiken en zijn andere onderzoeken nodig. Dat komt vaker voor bij mensen met diabetes of nieraandoeningen, waar vaatverkalking vaker voorkomt.
De valkuil is dus dubbel: een lage waarde wijst op een probleem, en een hoge waarde ook — alleen op een ander.
Waarom de meting het hele verhaal is
De rekensom stelt niets voor. Wat deze index bruikbaar of waardeloos maakt, is hoe de enkeldruk tot stand komt.
In de spreekkamer gebeurt dat met een dopplerapparaat: een sondetje dat de bloedstroom hoorbaar maakt, zodat je precies hoort bij welke druk hij terugkeert. Een automatische bloeddrukmeter zoekt naar trillingen in de manchet, en bij een verminderde stroom vindt hij die niet of verkeerd.
Verder hoort erbij: liggend meten, minstens vijf minuten rust vooraf, en per been de hoogste van twee slagaders nemen. Voor de armdruk geldt de hoogste van beide armen, niet het gemiddelde.
Dat laatste is geen detail. Zit er aan één arm een vernauwing, dan is die arm te laag en zou de index te hoog uitvallen. Door de hoogste te nemen wordt dat ondervangen.
Wat deze rekentool niet doet
- Geen diagnose. Een lage index hoort bij de arts, niet bij een rekenpagina.
- Geen vervanging van de meting, die een dopplerapparaat vraagt.
- Geen beoordeling boven 1,40, waar de index zelf onbruikbaar is.
- Geen inspanningsmeting, die soms nodig is als de rustwaarde normaal is.
Veelgestelde vragen
Kan ik dit thuis meten met mijn bloeddrukmeter?
Niet betrouwbaar. De enkeldruk wordt bepaald met een dopplerapparaat dat de bloedstroom hoorbaar maakt; een automatische meter zoekt naar trillingen in de manchet en vindt die bij een verminderde stroom niet of verkeerd. De rekensom is een deling, maar de meting is het hele verhaal.
Waarom is een hoge index slecht nieuws?
Omdat de meting werkt doordat de manchet het vat dichtdrukt. Vaten die door verkalking stijf zijn geworden laten zich niet meer goed dichtdrukken, waardoor de meter een kunstmatig hoge enkeldruk geeft. Boven ongeveer 1,40 is de index daarom onbruikbaar en zijn andere onderzoeken nodig.
Waarom de hoogste armdruk en niet het gemiddelde?
Omdat er aan één arm een vernauwing kan zitten. Die arm meet dan te laag, en met het gemiddelde zou de index te hoog uitvallen. Door de hoogste van beide armen te nemen wordt dat ondervangen — daarom worden beide armen gemeten.
Mijn ene been scoort goed en het andere niet, kan dat?
Ja, en daarom wordt de index per been apart beoordeeld. Een goed been zegt niets over het andere, en het laagste getal is het getal dat telt. Vernauwingen zitten vaak niet symmetrisch.
Wat als mijn index normaal is maar ik toch klachten heb?
Dat komt voor. Bij een vernauwing die in rust nog voldoende doorstroming toelaat, kan de index in rust normaal zijn terwijl er bij inspanning wel klachten optreden. Daarvoor bestaat een meting na inspanning, en die beoordeling hoort bij de arts.
Hiernaast lezen
Ook hier geldt: de rekensom is eenvoudig en de meting bepaalt de waarde ervan.
Bron en methode
- Formule
- Hoogste enkeldruk van het been gedeeld door de hoogste armdruk van beide armen
- Meting
- Liggend, na minstens vijf minuten rust, met een dopplerapparaat voor de enkeldruk
- Armdruk
- De hoogste van beide armen, niet het gemiddelde
- Afkapwaarden
- 0,90 of lager wijst op vernauwing; boven 1,40 zijn de vaten niet samendrukbaar
- Per been
- De index wordt voor elk been afzonderlijk beoordeeld
- Beperkingen
- Vervangt de meting niet; boven 1,40 is de index zelf onbruikbaar
- Gepubliceerd
- 1 september 2026
- Última revisión
- 1 september 2026
- Próxima revisión
- februari 2027
Esta herramienta no emite diagnósticos y no sustituye la valoración de un profesional sanitario. Consulta el aviso médico.